Jannes Houkes

Christelijk woningbouwen


Toen de schrijver van deze recensie begin jaren zeventig als student probeerde in Groningen onder de heersende kamernood uit te komen door zich bij tal van woningbouwverenigingen als woningzoekende in te laten schrijven, ving hij bij de woningbouwvereniging Patrimonium bot. Na een ellenlange lijst van vragen ´naar waarheid´ te hebben ingevuld, strandde hij bij de laatste vragen, namelijk bij welke kerk hij was aangesloten en wie zijn wijkpredikant was. Deze vragen kon de atheïstisch opgevoede jongeling niet op positieve wijze beantwoorden. Daarmee was iedere kans op een woninkje verkeken. En dat terwijl de toewijzing van woonruimte berustte bij de gemeente. Gelukkig wees een tijdje later een van oorsprong socialistische woningbouwvereniging de recensent wel een prachtwoning toe.

Het fenomeen van de gesegregeerde sociale huisvesting, en dan vooral gericht op Woningstichting Patrimonium Amsterdam, wordt in Niet bij steen alleen vanaf de hoogtijdagen tot het verdwijnen daarvan door secularisatie van de samenleving, de verstatelijking en tenslotte privatisering van de sociale woningbouw uitvoerig behandeld. De titel verwijst nogal voor de hand liggend naar het bekende christelijke adagium ´niet bij brood alleen´, de mens zal bij brood alleen niet leven, maar vooral met Gods woord. Het was de stichters van Patrimonium niet alleen te doen om het manna van een degelijke woningbouw voor arbeiders en kleine burgers, maar natuurlijk vooral ook om de christenbroeders voor het geloof te behouden door hen in de eigen kring te laten wonen en zo de kudde bijeen te houden en te beschermen. De woningstichting dient beschouwd te worden vanuit het perspectief van een ver doorgevoerde verzuiling.

Het boek schetst in breed perspectief de sociale woningbouw die over een lange periode ondernomen werd om de protestantse arbeiders en kleine burgers in eigen kring goed en goedkoop te kunnen laten wonen. Een verrassende bijkomstigheid is dat het boek zijdelings enige informatie geeft over de werdegang van het werkliedenverbond Patrimonium, die lange tijd voort bestond, om tenslotte nog niet zo lang geleden in een sluimerend bestaan te verzinken. Over dat Verbond ontbreekt jammer genoeg nog steeds een mooie studie. Maar het belang van boek zit vooral in de uitputtende beschrijving van de geslaagde pogingen tot het bouwen van woningen en de beschrijving van wat de schrijvers zelf noemen, de orthodox-protestantse subcultuur. Vooral de gesprekken met (oud)bewoners geven een goed inzicht in deze cultuur van de woningstichting en het wonen zelf. En ze geven tevens een aardige doorkijkje in de verzuiling en het verdwijnen daarvan. Immers door het toewijzingsbeleid van de gemeente werden ook woningen aan andersdenkenden toegewezen, die weliswaar in de periferie van het woningbezit werden ondergebracht, maar die wel op zondag de was ophingen en de kinderen buiten lieten spelen. Verschijnselen die door de kerkgaande vertellers natuurlijk haarscherp werden geregistreerd. Enige decennia later volgde de instroom van allochtonen en veranderde de positie van Patrimonium nog ingrijpender zoals in het boek op boeiende wijze wordt beschreven.

De woningstichting Patrimonium is voortgekomen uit het Nederlandsch Werkliedenverbond Patrimonium dat in 1876 werd opgericht door de Amsterdamse metselaar Klaas kater en enige heren, waaronder Willem Hovy, bierbrouwer van beroep. Tegen het einde van de 19e eeuw was dat Patrimonium veruit de grootste vereniging waarin arbeiders verenigd waren. Maar de vereniging was eigenlijk toen al een papieren tijger, omdat tal van theologische standpunten iedere praktische strijd vrijwel onmogelijk maakten. Neemt men de lange reeks Jaarboekjes van de vereniging ter hand, dan ziet men dat veel afdelingen voorgezeten werden door de plaatselijke predikant en dat veel van de onderwerpen in die boekjes van weinig praktische aard zijn. Alleen in Friesland was er sprake van enige sociale strijd door Patrimonium, die dan ook op weerstand stuitte binnen de eigen rechtzinnige kring. Want hoewel het ontstaan van Patrimonium voornamelijk gebaseerd was op het behouden en liever nog het verbreiden van de protestants-christelijke wereldbeschouwing, zagen veel critici er het begin in van het verfoeide socialisme. En dat terwijl Patrimonium vooral ernstig streefde naar de herkerstening van Nederland uit weerzin tegen het onchristelijke vergaderen van allerlei werkliedenverenigingen op zondag. En in het bijzonder keerde Patrimonium zicht tegen het liberale standpunt van het Algemeen Nederlandsch Werkliedenverbond, dat zich verklaarde voor het openbaar onderwijs. Patrimonium was niet alleen fel voor zondagsheiliging, maar natuurlijk ook voor christelijk onderwijs. Daarmee hielden de positieve strijdpunten van het program eigenlijk wel op. Men was verder vooral overal tegen - ook tegen overheidsbemoeienis - en liet zich de bevoogding van buitenaf door ´heren´ en predikanten graag aanleunen. Waar Patrimonium wel kans zag praktische arbeid te realiseren, was op het terrein van wat later heette de sociale woningbouw. In Kampen werd de eerste woningbouwvereniging van Patrimonium al in 1886 opgericht.
 
In 1911 zag woningstichting Patrimonium Amsterdam het levenslicht.
Het is wellicht ironisch te noemen dat in het algemeen de Woningwet uit 1901 van het progressief-liberale kabinet-Pierson en in het bijzonder in Amsterdam het socialistische gemeentebestuur het mogelijk maakte dat er voor de christelijke arbeiders en kleine burgerij gebouwd kon worden. Nog opmerkelijker is het dat Patrimonium in de jaren twintig een deel van zijn huizen liet bouwen door productieve associaties, die men eerder had verketterd en dat die associaties, verenigd in de Federatie van zelfstandig werkende groepen in het Bouwbedrijf, vooral bestonden uit anarchistische bouwvakarbeiders. Slechts één groep bestond uit christelijke bouwvakkers, maar dat gaf wel de doorslag met de Federatie in zee te gaan. Ook de sociaaldemocraat Arie Keppler komt in het boek veelvuldig voor in zijn functie als directeur van de Gemeentelijke Woningdienst van Amsterdam. Hij hielp in zijn vrije tijd de socialistische woningbouwvereniging Rochdale, waarmee Patrimonium tenslotte zou gaan fuseren. Want schaalvergroting en professionalisering waren hard nodig om aan het einde van de 20e eeuw een goede sociale woningbouw mogelijk te maken. Steeds meer werd het duidelijk voor de bestuurders dat christelijk bouwen  niet bestond en dat Patrimonium zich in behalve de levensovertuiging in niets onderscheidde en zeker niet in de woningen, van bijvoorbeeld de socialistische woningbouwverenigingen. Daarmee viel de bodem uit de noodzaak van het voortbestaan en kon er gefuseerd worden.

Het laatste succes van Patrimonium was de deelname aan de herstructurering van de Bijlmer. Daar werd de hoogbouw gesloopt en liet de woningstichting nieuwe woningen verrijzen.
Er was intussen een fusiegolf gaande tussen woningbouwverenigingen die voor Patrimonium eindigde in het samengaan met de veel kleinere en de zoals we zagen van oorsprong socialistische woningbouwvereniging Rochdale. De uit de fusie ontstaande Bouwvereniging Rochdale kwam onder leiding te staan van Patrimonium-directeur Hubert Möllenkamp,van katholieke afkomst en zoals uit het boek blijkt, nogal commercieel ingesteld. De rest van dat verhaal is een andere geschiedenis. Want dat eens de directeur van de rechtsopvolger van Woningstichting Patrimonium in een Maserati met chauffeur zou rondrijden, hebben de stichters van het Werkliedenverbond en de Woningstichting vast niet bevroed. De steile calvinisten zullen zich wel in graf hebben omgedraaid. Ook Robert Owen zal zijn wenkbrauwen hebben gefronst. Maar de flamboyante directeur maakte het wel mogelijk dat de auteurs tijd en geld kregen om dit project tot een goed einde te brengen. Want Rochdale verleende in 2004 de auteurs de opdracht deze gedetailleerde studie te schrijven.

Het boek is keurig verzorgd en is voorzien van bijlagen, een uitgebreid notenapparaat en een bronnen- en literatuurlijst.

Ondertussen deelt in Groningen de directeur van Christelijke woningstichting Patrimonium Bijbels uit onder de nieuwe bewoners. Naar godsdienst en predikant wordt niet meer gevraagd, maar daar geldt nog steeds ‘niet bij brood alleen’.


Wouter Beekers en Rolf van der Woude, Niet bij steen alleen. De Woningstichting Patrimonium Amsterdam 1876-2003. Van sociale vereniging tot sociale onderneming Hilversum 2008.

Afmelden | Aanmelden