Foto van Willem Witsen

Ron Blom

De held in je hoofd

Schoonheidsapostel Frank van der Goes (1859-1939) was een uitermate productieve Nederlandse journalist en marxistisch theoreticus. Deze bentgenoot van de Tachtigers groeide uit tot geestelijk vader van de in 1894 opgerichte Sociaaldemocratische Arbeiderspartij (SDAP). De scherp analyserende maatschappijhervormer brak niet alleen met de individualistische literatoren van De Nieuwe Gids over het vraagstuk van kunst en socialisme, maar hij besloot in de crisisjaren ook afscheid te nemen van zijn geesteskind. Zuiverheid van esthetisch en politiek beginsel vormden zijn inspiratie.

Revolutionaire telg
Zijn vader was kapitein b.d. en zijn moeder kwam voor uit een geslacht dat de democratische elementen uit het revolutiejaar 1848 doorgaf. Op de HBS leerde Franc Jacques Perk, de heraut van de Tachtigers, kennen. Hij trad in de voetsporen van zijn vader en volgde een opleiding tot assuradeur. Maar zijn belangstelling lag toch vooral bij de letteren en de politiek. Ofschoon geen universitair student behoorde hij in 1881 tot de oprichters van het letterkundig genootschap Flanor en stond vier jaar later aan de wieg van De Nieuwe Gids, het daverende tijdschrift van de Tachtigers.

In 1886 schreef hij Majesteitsschennis, naar aanleiding van een veroordeling van Domela Nieuwenhuis. Onder indruk van de idealen van de Franse Revolutie radicaliseerde hij richting het socialisme. In 1893 trouwde hij met Marie Koens. Ze kregen vier dochters. Hij schreef voor De Kroniek, het tijdschrift van de Negentigers, en in 1896 was hij medeoprichter van het marxistische periodiek De Nieuwe Tijd; later werd hij buitenlandredacteur van partijdagblad Het Volk. Maar bekend werd hij vooral om zijn vertaling van Das Kapital van Marx.
In 1932 verliet Van der Goes de SDAP, die evolueerde van een klassenpartij naar een volkspartij en sloot zich aan bij de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP). In 1939 overleed hij in Laren op tachtigjarige leeftijd.

Waarom dit onderwerp?
In veel opzichten vormt Van der Goes, afkomstig uit de gegoede burgerij,  het tegendeel van mijzelf. Zijn artistieke en in het bijzonder zijn literaire interesses, waren voor mij een terra incognito. Diverse tijdgenoten en ook individuen uit de artistieke en politieke wereld hebben opgeroepen om zijn biografie te schrijven. Afgezien van enkele lemma’s is daar nog niets van terecht gekomen. Mijn  streven is om de biografie begin 2012 te publiceren.

De Amsterdammer Van der Goes groeide op in de tweede Gouden Eeuw. Deze werd gekenmerkt door een bouwhausse, een economische en wetenschappelijke (Darwin) en ook een culturele bloei. Deze modernisering van Nederland in al zijn facetten vormde een andere belangrijke grond om me in deze periode te verdiepen. Er vinden interessante politieke ontwikkelingen plaats: de opkomst en bloei van het radicale ‘Amsterdam’ onder leiding van Treub, het Palingoproer, de verkiezing van socialistenleider Domela Nieuwenhuis tot Kamerlid en de strijd tussen anarchisme en sociaaldemocratie in de linkse arbeidersbeweging. Door zijn publicistische werk speelt hij een pioniersrol bij het ontwikkelen van de sociologie in Nederland en de receptie van het marxistische ‘wetenschappelijk socialisme’.

Waarom de vorm van een politieke biografie?
Zeker bij iemand als Van der Goes die vanaf jonge leeftijd (HBS tijd) al zelfstandig onderzoek ondernam (toneelgeschiedenis) en die tot op hoge leeftijd (tachtig jaar!) als publicist en politicus actief bleef stel je jezelf steeds de vraag: Waarom? Wat dreef hem? Je wilt begrijpen. Als historisch-materialist zou het zelf niet anders aangepakt hebben: hoe ziet de steeds wisselende constellatie van in beweging zijnde omstandigheden en persoonlijke keuzes eruit? Bepalen de omstandigheden de mens Van der Goes of beďnvloedt het subject ook weer de omstandigheden?

Hij schreef  een mer ŕ boire aan artikelen over een waaier aan onderwerpen: filosofie, politiek, esthetiek, sociologie, literatuur…  Even zovele gespecialiseerde archiefinstellingen en bibliotheken beheren zijn nalatenschap. Het zorgvuldig door hem zelf aangelegd archief bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis vormt de meest rijke bron. Naast de correspondentie (Hij vroeg zijn verstuurde brieven terug!) bevat deze ook vele gepubliceerde artikelen.

Gezien de gigantische omvang van zijn eigen geschreven oeuvre (meer dan duizend artikelen) stelt zich concreet de vraag: wat gebruik ik wel en wat laat ik liggen? Maar er blijven ook altijd vragen knagen: waarom duurde het zo lang voordat hij zijn onvrede over de koers van SDAP uitte. Dan moet je natuurlijk zelf de lacunes proberen in te vullen en die hangen samen met het maken van een inschatting…. Een euforisch gevoel maakt zich van je meester als je intuďtie juist blijkt te zijn… Omdat je de geportretteerde niet in levende lijve hebt kunnen interviewen blijf je zitten met vragen als: Hoe was hij voor zijn vrouw? Bestond er een tegenstelling tussen het persoonlijke en het politieke? Wat was zijn stijl van leiderschap en was hij een goed spreker?

Je probeert in de huid te kruipen van je hoofdpersoon en de invloed van zijn tijd en omgeving te begrijpen. Je tracht hem te doorgronden en je eindigt met het welhaast schizofrene gevoel dat je held in jouw hoofd is terechtgekomen.

Gebaseerd op de inleiding op de conferentie De Politieke Biografie
15 december 2010 in het Montesquieu Instituut te Den Haag.
Contact: rblom@stadsarchief.amsterdam.nl

Afmelden | Aanmelden