AGENDA
Symposium over het klassebegrip bij sociale en mondiale geschiedschrijving

Locatie: IISG, Cruquiusweg 31, 1019 AT Amsterdam
Datum: 10 april 2015
Tijd: 14.00 – 18.00 uur. Ontvangst vanaf 13.30 uur.
Aanmelden svp via: secretar@iisg.nl

Titel: Bestaat de arbeidersklasse nog?
De bijdrage van Jacques Giele (1942 – 2012) aan de sociale geschiedschrijving in Nederland

14.00 Welkomstwoord door Henk Wals (IISG) en Marten Buschman (OV)
14.15 Inleiding dagvoorzitter Sjaak van der Velden

14.20 Marcel van der Linden: ‘Een goed maar te simpel uitgewerkt idee’
Synopsis: Het was  een goed idee om de klassenstructuur van Nederland rond 1850 te analyseren. Wel werkten Giele en Van Oenen dit idee helaas te simplificerend en mechanisch uit. Doordat zij een marxistisch-leninistisch model hanteerden bleef onderbelicht dat klassen niet slechts sociale groepen zijn, maar ook nadrukkelijk in een relatie tot elkaar staan. Anders gezegd, de een is rijk OMDAT de ander arm is. Ze hadden daardoor geen aandacht voor de “contradictory class locations” die o.m. Erik Olin Wright heeft beschreven; en hun analyse bleef zelfs achter bij meer Weberiaanse klassenanalyses zoals Jürgen Kocka die voor dezelfde periode in Duitsland maakte. Giele en Van Oenen toonden door dit gebrek geen aandacht aan de combinaties van overlevingstrategieën die gezinnen uit de lagere klassen moesten en moeten hanteren.
Q&A

14.50 Peyman Jafari: ‘Gelaagde ervaring en identiteit: migratie en sociale klasse’
Synopsis: Veel factoren kunnen bijdragen tot verschillen en lagen binnen sociale klassen. Een factor die bij Jacques Giele en Geert Jan van Oenen onbesproken blijft, maar een enorme rol speelt, is migratie. De (vroege) industrialisatie gaat vaak gepaard met binnenlandse en buitenlandse migratie. De vraag is welke rol migratie gespeeld heeft in de vorming van sociale klassen met betrekking tot etnische verschillen, cultuur en activisme?
Q&A

15.20 Bert Altena: ‘Deduceren en induceren: standen, klassen en de maatschappelijke orde in een éénwordend Nederland’
Synopsis: In het debat tussen Giele en Van Oenen enerzijds en Van Tijn en Lucassen anderzijds over de sociale stratificatie van Nederland rond 1850 liepen twee methoden door elkaar heen. Beide kampen mengden
inductie en deductie, maar deze methoden liggen op een verschillend niveau. Het is de vraag of je rond 1850 al met het begrip klasse kunt werken en of je 'stand' voldoende kenschetst wanneer je er alleen maar een vorm van sociale stratificatie in ziet. Inderdaad, de maatschappelijke betekenis van stand is breder, het gaat bij standen ook om een manier waarop de samenleving zich ordende. Rond 1850 ligt het zwaartepunt van die ordening bij de lokale gemeenschap, nationaal is de standensamenleving dan zeker nog niet.
Q&A

15.50 Discussie, moderator Sjaak van der Velden

16.10 Overdracht archief J.J. Giele door Margriet Giele namens familie aan Frank de Jong namens IISG.
Aanbieding boek (deel 1: Hoe zag Nederland er uit in 1850?, Kelderuitgeverij) aan Heeroom Toon Elsakkers door Marten Buschman.

16.20 Tweede deel symposium: borrel en snacks. En verkoop boek Hoe zag Nederland er uit in 1850?

17.45 Sluiting IISG

Afmelden | Aanmelden