{"id":51429,"date":"2018-12-18T15:22:20","date_gmt":"2018-12-18T15:22:20","guid":{"rendered":"http:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/?page_id=51429"},"modified":"2019-06-07T14:35:33","modified_gmt":"2019-06-07T14:35:33","slug":"jeugdcultuur-in-haarlem-en-doeschka-meijsing","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/jeugdcultuur-in-haarlem-en-doeschka-meijsing\/","title":{"rendered":"Jeugdcultuur in Haarlem en Doeschka Meijsing"},"content":{"rendered":"<table>\n<tbody>\n<tr>\n<td>\n<div id=\"attachment_51432\" style=\"width: 209px\" class=\"wp-caption alignright\"><img aria-describedby=\"caption-attachment-51432\" loading=\"lazy\" class=\"wp-image-51432 size-medium\" src=\"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Medium2-199x300.jpg\" alt=\"\" width=\"199\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Medium2-199x300.jpg 199w, https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Medium2-768x1157.jpg 768w, https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Medium2-680x1024.jpg 680w, https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/Medium2-1080x1627.jpg 1080w\" sizes=\"(max-width: 199px) 100vw, 199px\" \/><p id=\"caption-attachment-51432\" class=\"wp-caption-text\">Redactioneel Medium<\/p><\/div>\n<div id=\"attachment_51431\" style=\"width: 245px\" class=\"wp-caption alignleft\"><img aria-describedby=\"caption-attachment-51431\" loading=\"lazy\" class=\"wp-image-51431 size-medium\" src=\"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/medium01-235x300.jpg\" alt=\"\" width=\"235\" height=\"300\" srcset=\"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/medium01-235x300.jpg 235w, https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/12\/medium01.jpg 671w\" sizes=\"(max-width: 235px) 100vw, 235px\" \/><p id=\"caption-attachment-51431\" class=\"wp-caption-text\">Omslag van het tijdschrift medium<\/p><\/div>\n<p>In de in 2016 gepubliceerde dagboeken <em>En liefde in mindere mate<\/em> van Doeschka Meijsing zien we hoe beroemd zij is in de jaren van 1963 tot 1967 op haar school, het Rooms-Katholieke Sancta Maria, alleen voor meisjes, vanwege haar toneel- en redactieactiviteiten en haar gedichten in de schoolkrant <em>Primitiae<\/em>. Zij trad ook op op literaire concoursen, zoals in maart 1963 voor een cultureel interscholair jeugdtournooi in Haarlem en wel met haar gedicht \u2018Avond\u2019. Zij was een onderdeel en medebepaler van de Haarlemse jeugdcultuur. Haarlem bezat een bijzondere jeugdcultuur. Minder politiek gericht dan in Amsterdam. Cultuur gericht met <em>De Waag<\/em> van Coby Schreijer (waar Joan Baez en Paul Simon hun opwachting en Ernst Jansz en Boudewijn de Groot hun debuut maakten), met de <em>Toneelschuur<\/em> als alternatief theater, met de vele concoursen voor jonge dichters, de muziekfestivals, het korte bestaan van de <em>Haarlemse Film Liga<\/em>,<a href=\"#_ftn1\" name=\"_ftnref1\">[1]<\/a> de mislukte poging om iets van basisdemocratie van de grond te krijgen buiten de politieke partijen om (waar ik toevallig bij betrokken was), de teach-ins, de vele sportspektakels als de Haarlemse Honkbal en Basketbalweken en aan de Bakenessergracht het <em>Electric Center<\/em>, dat met de term jeugdhonk te eng getypeerd is.En natuurlijk de Haarlemse schrijvers, waar de familie Meijsing een belangrijke rol speelde. Vooral Doeschka, die als oudste dochter van het gezin het begin van de jaren zestig meemaakte.<br \/>\nHaar jongere broer Geerten heeft zijn jeugdherinneringen van de tweede helft van die jaren zestig beschreven in<em> Michael van Mander. <\/em>Het hoofdthema is Geertens jeugdvriendschap met Michael. Daarnaast en misschien wel het eigenlijke onderwerp: de jeugdcultuur van Haarlem in de tweede helft van de jaren zestig. Geerten ontdekte de jazz, speelde tenorsax als lid van het <em>Joop Cav\u00e9 Quintet<\/em> en organiseerde het festival Experiment 66. Het is allemaal te bewonderen in\u00a0 <em>Michael van Mander<\/em>. Het zijn fraaie beschrijvingen van allerlei culturele uitingen en spirituele uitspattingen in Haarlem. Dat blijkt naast de passages uit <em>Michael van Mander<\/em> ook uit de publicatie <em>En liefde in mindere mate<\/em> van Doeschka Meijsing. Zij komt echter niet tot nauwelijks voor in Geertens boek: \u2018Ik heb niet bestaan in die jaren\u2019, schrijft Doeschka in haar dagboek op 30 maart 1979 naar aanleiding van de publicatie van <em>Michael van Mander<\/em>.\u00a0 De enige verwijzing naar haar in <em>Michael van Mander <\/em>staat m.i. op pagina 78 als Geerten beschrijft hoe drie dichters op zijn manifestatie optraden: \u201c\u00e9\u00e9n die ronkend declameerde, \u00e9\u00e9n die gillend zijn po\u00ebmen bracht en het onverstaanbare gemompel van een echte dichter\u201d.Dat het een verwijzing zou kunnen zijn, behoeft enige toelichting. In haar eindexamenjaar 1967 heeft Doeschka vier gedichten geschreven. Zij noteert op 8 maart 1967 in haar dagboek: \u201cVandaag is er een dichtbundel uitgekomen van vier dichters, drie jongens en een meisje, en dat meisje ben ik. M\u2019n gedichten erin zijn goed.\u201d Zouden de drie jongens de drie dichters uit <em>Michael van Mander<\/em> zijn?<\/p>\n<p>In annotatie 280 schrijven de editeurs van <em>En Liefde in mindere mate<\/em> Ben Peperkamp en Annette Portegies dat ze deze publicatie niet hebben kunnen vinden in de door hen geraadpleegde archieven en bibliotheken. Ik heb de uitgave gevonden in het <em>Amsterdamse Stadsarchief<\/em>. De editeurs zitten wel in de goede richting als ze schrijven: \u201cMogelijk doelde Doeschka Meijsing op een editie van het tijdschrift Vraagteken\u201d. Geen editie, maar wel een vervolg op dat tijdschrift. Deze eenmalige uitgave kreeg de naam <em>Medium<\/em>. Van Medium is maar \u00e9\u00e9n editie bekend. Het is niet bijzonder vormgegeven, is waarschijnlijk gestencild en er zitten grappige typefouten in (+ in plaats van een -). Een gelegenheidsuitgave lijkt het wel.<\/p>\n<p>De gedichten van Doeschka zijn bijzonder zoals:<\/p>\n<p><em>Ik<br \/>\nspreek een woord en<br \/>\nde taal<br \/>\nkaatst het terug naar mij<br \/>\nen heeft het<br \/>\nniet begrepen<br \/>\nzo<br \/>\nspreek ik iedere dag<br \/>\nmet ieder mens<br \/>\nhij<br \/>\nspreekt een woord en<br \/>\nde taal<br \/>\n(waarin men pleegt te spreken)<br \/>\nbrengt het vergeefs naar<br \/>\nmijn mond<br \/>\nzo spreekt hij<br \/>\nieder dag met mij.<br \/>\nneem dan<br \/>\nmijn woorden in de<br \/>\npalm van je hand<br \/>\nopent de hand zich<br \/>\nverdwijnen de woorden en<br \/>\nde taal<br \/>\nricht weer op<br \/>\nzijn geel skelet.<br \/>\n<\/em><br \/>\nTerug naar de drie jonge dichters. Het zijn Sipke Faber, Jan Metz en Bart van Heerikhuizen. Faber komt wel in de annotaties voor, de twee anderen niet. Het is aardig om te bedenken wie van de drie een soort Johnny the Selfkicker-achtige toneelact ten beste gaf, toch niet de latere hoogleraar sociologie Bart van Heerikhuizen? Of wel? Op de <a href=\"http:\/\/bartvanheerikhuizen.nl\/\">website<\/a> van Bart staan zijn po\u00ebtische bijdragen aan de bundel niet vermeld. Sipke Faber heeft weinig specifieke herinneringen aan die tijd, zoals in de annotaties vermeld staat.<\/p>\n<p>In de bundel medium vind ik de gedichten van Doeschka de mooiste. Zij getuigen van haar literaire ambities en kwaliteiten. Doeschka leefde tijdens en gaf vorm aan de Haarlemse cultuurexplosie van het midden van de jaren zestig. Haarlem is dan een bruisende stad, vooral door de middelbare scholieren, zoals zij er een van was. Maar ook Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh van aanpalende scholen. Haarlem was in haar uitgebreide werk een constant aanwezige. En niet haar geboortestad Eindhoven.<\/p>\n<p>Leo Postma, uitgever of hoofdredacteur, schrijft in het voorwoord van de kleine uitgave <em>Medium<\/em>: \u201dNa het opheffen van \u201c?\u201d wegens technische moeilijkheden is er weer behoefte ontstaan aan een uitlaat voor jonge dichters uit Haarlem en omgeving.\u201d Het tijdschrift <em>?<\/em> (Vraagteken) hebben de editeurs wel gezien. Maar niet het tijdschrift <em>Medium<\/em> met de vier gedichten van Doeschka Meijsing. Ze hebben inderdaad veel archieven en bibliotheken gezien, maar niet het Stadsarchief Amsterdam. Een snelle blik in het bibliotheekbezit, naam Meijsing intikken en het blad Medium rolt er uit. Dat de editeurs niet en ik wel aan het Stadsarchief Amsterdam dachten, komt waarschijnlijk omdat ik de reputatie van die instelling ken: ze bewaren alles als het maar iets met Amsterdam en omgeving te maken heeft. Afwijzen doen zij niet zo vaak. Dit in tegenstelling tot het Haagse Gemeentearchief, die een striktere opvatting hebben over wat te bewaren. Het enige bekende exemplaar van Medium komt uit de nalatenschap van <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/tekst\/_bio001200301_01\/_bio001200301_01_0001.php\">Jaap Meijer<\/a>, die toen in Heemstede woonde en een groot verzamelaar was. Medium is niet bijzonder vormgegeven, is waarschijnlijk gestencild en er zitten grappige typefouten in (+ in plaats van een -). Een gelegenheidsuitgave lijkt het wel.<\/p>\n<p><em>WEEMOED<br \/>\nIk leerde fietsen<br \/>\nvan een jongen die Hans heette<br \/>\nen wist te vertellen van<br \/>\nkali&#8217;s en krissen<br \/>\nsarongs en baboe&#8217;s<br \/>\nen heel geheimzinnig rook<br \/>\n(later pas wist dat dat<br \/>\nvan het eten kwam)<br \/>\nhij tekende figuren van krijt<br \/>\nop de straatstenen en<br \/>\nik aanbad hem<br \/>\nik zou moeten vragen<br \/>\nhoe het met hem gaat<br \/>\nof hij het nog weet<br \/>\nvan dat leren fietsen<br \/>\nmaar ik weet niet<br \/>\nwaar hij in godsnaam gebleven is<br \/>\nDoeschka &#8217;67&#8221;<\/em><em>kali&#8217;s en krissen<br \/>\nsarongs en baboe&#8217;s<br \/>\nen heel geheimzinnig rook<br \/>\n(later pas wist dat dat<br \/>\nvan het eten kwam)<br \/>\nhij tekende figuren van krijt<br \/>\nop de straatstenen en<br \/>\nik aanbad hem<br \/>\nik zou moeten vragen<br \/>\nhoe het met hem gaat<br \/>\nof hij het nog weet<br \/>\nvan dat leren fietsen<br \/>\nmaar ik weet niet<br \/>\nwaar hij in godsnaam gebleven is<br \/>\n<\/em><br \/>\nMet deze teksten en haar activiteiten op school en stad had Doeschka invloed. Schooltoneel was \u00e9\u00e9n van haar activiteiten. In het schooljaar 1964\/1965, toen zij voor de tweede keer de vierde klas volgde stond ze in twee producties, op haar eigen school en op de Rooms-Katholieke jongensschool, het Triniteitslyceum. Op 8 mei 1965 staat ze in de voorstelling van \u2018de ja-zegger en de nee-zegger\u2019 van Bertolt Brecht. In het <a href=\"http:\/\/triniteitslyceum.nl\/node\/1414\">schoolblad<\/a><a href=\"#_ftn2\" name=\"_ftnref2\">[2]<\/a> van het Triniteitslyceum <em>Tolle Lege<\/em> schrijft redacteur Pieter Spierenburg dat de voorstelling niet acceptabel was. Evenwel: \u201cGoed spel zagen we hier van Doeschka Meijsing als verteller\u201d. Drie maanden eerder (drie voorstellingen in de week van 15 februari) was ze gastspeelster op het Triniteits in de klucht <em>Barend Bombarde<\/em>. De <a href=\"http:\/\/triniteitslyceum.nl\/node\/1413\">Tolle Lege verslaggever<\/a> Spierenburg gaf tweemaal (een voor de eerste en een voor de tweede versie) een compliment voor Doeschka: \u201cIn de serieuze hoofdrol bracht Doeschka Meijsing (als Christien Gestandt) haar rol voortreffelijk tot een einde. (\u2026) en vooral Doeschka Meijsing deed het uitstekend.\u201d Antoinette van Dijk, Claartje Mooren en Anneke Blom van het Sancta speelden eveneens mee.<\/p>\n<p>Dat Doeschka invloed bezat blijkt niet uit haar eigen beleving van haar middelbare schooltijd. En ook niet uit de herinneringen van haar medeleerlingen, vrienden en vriendinnen. En dat is vreemd, zeer vreemd, getuige bovenvermelde toneel- en voordrachtsactiviteiten. Dat haar leraren haar hoog achten en wel erg ver gingen om met haar om te gaan, is zo duidelijk uit het dagboek en de annotaties, dat de vraag naar haar invloed een eenvoudig antwoord heeft: veel.<\/p>\n<p>De geest van Doeschka leefde nog voort, en de meiden van de generaties na Doeschka kopieerden haar gedrag en acties. Ik kan me goed herinneren hoe de Sanctameiden van mijn examenjaar 1968\/1969 Doeschka als voorbeeld zagen. Blijkbaar is dat Doeschka zelf ontgaan. Omdat ze in Amsterdam woonde, studeerde en werkte? We weten wel veel over haar literaire ambities, maar over de rol van de Haarlemse jeugdcultuur, de betekenis van de Haarlemse schoolkranten en literaire bladen en blaadjes is weinig bekend. Die Haarlemse jeugdcultuur! Ik heb altijd gedacht dat dat niet zo bijzonder was, niet zo bijzonder in vergelijking met andere steden als niet-studenten steden Arnhem, Den Haag en Breda. Om maar wat te noemen. Maar ik denk nu dat jonge Haarlemers wel een bijzondere tijd hebben meegemaakt. Haarlem was toen de vijfde stad van het land, nu al lang niet meer. Toen \u2018we\u2019 de vijfde plaats aan Eindhoven moesten afstaan was dat eind jaren zestig groot nieuws in de Haarlemse kranten (de tellingen werden bijgehouden).<\/p>\n<p>En nu de laatste twee gedichten van Doeschka.<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p><em><br \/>\nCLOWN<br \/>\nwankelend in een te grote broek<br \/>\nwerpt hij schetterend<br \/>\nhandenvol schamel plezier<br \/>\nin de monden<br \/>\nvan zijn toeschouwers<br \/>\nonder en boven zijn ogen<br \/>\nis vier maal een zwarte traan<br \/>\ngeschminkt<br \/>\nals enig verraad<br \/>\nvier blikken tonen uit zijn trompet<br \/>\nblazen zijn eigen rekwiem<br \/>\ngratis<br \/>\nals hij achterover valt<br \/>\n+ zaagsel stuift hoog op &#8211;<br \/>\nhangt er een doodse stilte<br \/>\nals wacht men een geboorte.<\/em><\/p>\n<p><em><br \/>\nSAAJENS FIKSJEN: ZANG DER KOBOLTEN EN BULTENAREN<\/em><\/p>\n<p><em>hic haec hoc<br \/>\n<\/em><em>hunc hanc honc<br \/>\n<\/em><em>op termen der latijnse grammatica<br \/>\n<\/em><em>getekend door littekens absolutis<br \/>\n<\/em><em>karbonkelen.<br \/>\n<\/em><em>onze etterende bulten<br \/>\n<\/em><em>lillend van het lachen<br \/>\n<\/em><em>knoeien<br \/>\n<\/em><em>pestbrengende moedervlekken<br \/>\n<\/em><em>op smensens schoonheid<br \/>\n<\/em><em>huius hui huius<br \/>\n<\/em><em>eggoot de stem<br \/>\n<\/em><em>schrompelende dood<br \/>\n<\/em><em>in magazijnen welvaart<br \/>\n<\/em><em>en vreten de ratten<br \/>\n<\/em><em>(verlokt door de walmende stank)<br \/>\n<\/em><em>onze wegstervende lach.<br \/>\n<\/em><em>met kettingen verzwaard<br \/>\n<\/em><em>gaat ons krijsend geween ten onder<br \/>\n<\/em><em>aan het geloei der planten:<br \/>\n<\/em><em>staat op gij flora<br \/>\n<\/em><em>aan u deze wereld.<\/em><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><a href=\"#_ftnref1\" name=\"_ftn1\">[1]<\/a> Wie wilde er geen film maken in die tijd? Geerten zelf met de kompanen van Joyce &amp; Co. De film van de Trinitari\u00ebrs Roel van der Voort en Caspar Smithuijsen is in 1970 vertoond in de Haarlemse Rozenstraat.<br \/>\n<a href=\"#_ftnref2\" name=\"_ftn2\">[2]<\/a> In dat nummer van het <em>Tolle Lege<\/em> staat tevens een niet eerder bekend artikel van Geerten over het laatste album van Coltrane met als titel \u2018A love Supreme\u2019 naar het volgens Geerten belangrijkste nummer van die plaat.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In de in 2016 gepubliceerde dagboeken En liefde in mindere mate van Doeschka Meijsing zien we hoe beroemd zij is in de jaren van 1963 tot 1967 op haar school, het Rooms-Katholieke Sancta Maria, alleen voor meisjes, vanwege haar toneel- en redactieactiviteiten en haar gedichten in de schoolkrant Primitiae. Zij trad ook op op literaire [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"parent":0,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_et_pb_use_builder":"","_et_pb_old_content":"","_et_gb_content_width":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/51429"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=51429"}],"version-history":[{"count":6,"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/51429\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":51571,"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/51429\/revisions\/51571"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=51429"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}