{"id":54471,"date":"2026-08-28T12:26:31","date_gmt":"2026-08-28T12:26:31","guid":{"rendered":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/?page_id=54471"},"modified":"2026-08-28T14:08:02","modified_gmt":"2026-08-28T14:08:02","slug":"voor-volk-en-vaderland-anton-mussert-tussen-vaderlandsliefde-en-collaboratie","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/voor-volk-en-vaderland-anton-mussert-tussen-vaderlandsliefde-en-collaboratie\/","title":{"rendered":"Voor Volk en Vaderland. Anton Mussert tussen vaderlandsliefde en collaboratie"},"content":{"rendered":"<p><em><img loading=\"lazy\" class=\" wp-image-54478 alignleft\" src=\"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/08\/mussert02-225x300.jpeg\" alt=\"\" width=\"275\" height=\"367\" \/><img loading=\"lazy\" class=\" wp-image-54473 alignright\" src=\"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/wp-content\/uploads\/2026\/08\/mussert01-197x300.jpg\" alt=\"\" width=\"239\" height=\"364\" \/>Henny Buiting<\/em><\/p>\n<p>Men zou de in december 1931 opgerichte <em>Nationaal-Socialistische Beweging <\/em>(NSB) groot onrecht doen de in vele toonaarden beleefde \u2018Liefde voor Volk en Vaderland\u2019 met dedain te bejegenen.<\/p>\n<p>In het in mei 1941 verschenen massieve gedenkboek van de beweging heet het dat \u201ceen historische band [\u2026] Volk en bodem onafscheidelijk verbonden [heeft]. Voor dit vaderland hebben geheele generaties gezwoegd en geslaafd, zij hebben ervoor geleden en gestreden, hun leven ervoor veil gehad. Iedere korrel van den grond van ons vaderland is doordrenkt van den geest van zijn bevolking\u2019\u2019 (C. van Geelkerken, <em>Voor Volk en Vaderland. De strijd der Nationaal-Socialistische Beweging 14 december 1931- mei 1941<\/em>, p. 56).<\/p>\n<p><strong>Tussen eigen volk en annexatie<\/strong><br \/>\nHoe, zo vraagt men zich af, is het mogelijk dat een politieke beweging die het vaderland in program, ideologie en ultieme beleving van haar leden beschouwt als de alles overheersende lotsbestemming van het eigen volk, toch heeft kunnen vervallen tot vergaande onderwerping aan een vreemde mogendheid. En dat Anton Mussert, als de aanbeden leider van de beweging, deze onderwerping heeft aangevoerd en in eigen persoon heeft gesanctioneerd. Men kan het dan ook min of meer vanzelfsprekend noemen dat Auke Kok als auteur van het hier besproken boek, deze intrigerende vraag tot \u00e9\u00e9n van de centrale thema\u2019s van zijn studie over Anton Mussert heeft gekozen. In zijn, overigens frappant beknopte, <em>Inleiding<\/em> (p. 9-13) merkt de auteur hierover op, dat Mussert \u201cnatuurlijk\u201d collaboreerde met de Duitse bezetter, maar dat het \u201cnet zo fascinerend\u201d was diens strijd te volgen tegen, wat Mussert zelf bestempelde, als \u201cde \u2018verduitsing\u2019 van de samenleving en annexatie door het Derde Rijk\u201d (12).<\/p>\n<p>Naast de thematiek betreffende Musserts omgang met de Duitse bezetter maakt de statuur van de NSB-leider een belangrijk onderdeel uit van de biografie. Auke Kok bestrijdt in zijn <em>Inleiding <\/em>over deze kwestie de opvatting van eerdere biografen van Anton Mussert, waaronder Jan Meyers\u2019 studie uit 1984, dat deze niet veel anders dan een burgermannetje zou zijn geweest, een simpele liberaal-conservatief met de daarbij passende benepen-Hollandse kenmerken. Mede verwijzend naar de twee monumentale studies van Robin te Slaa en Edwin Klijn over de geschiedenis van de NSB uit 2009 en 2021, betoogt Kok dat Mussert wel degelijk een radicale politicus is geweest, \u201cinclusief Hitler-verering, racisme, het dwepen met stammen en bloedverwantschap, en het goedpraten van grootschalig geweld\u201d (p. 11). Tezelfdertijd beklemtoont de auteur dat \u201cde gehate NSB-leider\u201d een doodgewoon mens was met liefdes en vriendschappen en dat hij \u201cintelligenter, brutaler (vooral dat), \u2018taliger\u2019 en energieker\u201d was dan voorheen gedacht en bovendien onbevreesd, ook tegenover de kopstukken van het Duitse nazisme (p. 12).<br \/>\nHoewel Auke Kok in zijn <em>Inleiding<\/em> enkele centrale kenmerken aangeeft van zijn benadering van Anton Mussert, is van een eigenlijke weergave van opzet en uitwerking van de biografie evenwel nauwelijks sprake. Zo heet het dat over Mussert niet wordt gemoraliseerd en dat, wat \u201cde gebeurtenissen\u201d worden genoemd \u201cvoor zichzelf\u201d behoren te spreken. Niet het \u201cwaarom\u201d, maar het \u201choe\u201d staat voorop, als ware de biograaf \u201ceen reporter die bereid was zijn onderwerp serieus te nemen\u201d (p. 9). Hoe de biografie is opgezet blijft onvermeld, met als uitzondering de expliciete mededeling dat van een chronologische volgorde is afgeweken door te starten met de tocht van Mussert naar Nederlands-Indi\u00eb. Dit omdat deze reis het startpunt zou vormen van Musserts radicalisering, maar ook van het bergafwaarts gaan van de NSB (p. 12).<\/p>\n<p><strong>Journalistieke beschrijvingen?<\/strong><br \/>\nHoewel het valt toe te juichen dat minder bevangen, dat is louter negatief, dan voorheen naar Mussert en diens NSB gekeken wordt, lijkt het \u2018ideologievrij\u2019 beschrijven van diens leven toch te stuiten op aanmerkelijke bezwaren. Zo wordt bij de beschrijving van het leven van de NSB-leider zonder commentaar melding gemaakt van het zogezegde \u2018socialisme\u2019 van de NSB; passeert de \u2018bloed en bodem\u2019-ideologie van de beweging in vele varianten de revue, inclusief het ermee verbonden antisemitisme, alsof het voor de lezer \u2018gefundenes Fressen\u2019 betreft, en blijven de aversies van de Beweging tegen parlementarisme, liberalisme en marxisme schijngestalten, wier eigenlijke ideologische achtergrond onvermeld blijft. Reeds bij de beschrijving van Musserts triomftocht naar Nederlands-Indi\u00eb uit juli 1935 wordt het imperialistisch karakter van diens fascisme als vanzelfsprekend verondersteld, terwijl toch de leuze \u2018Indi\u00eb verloren, rampspoed geboren\u2019 getuigt van een wel heel merkwaardige opvatting van socialisme. En dit temeer waar Mussert opmerkt dat \u201cons volk van acht miljoen zielen [\u2026] zichzelf niet [zou] kunnen bedruipen zonder onze koloni\u00ebn\u201d (p. 23). Ook diens afkeer van en angst voor het communisme (p. 19) of zijn afgeven op het zogenaamde \u201cHaagse gekonkel\u201d (p. 27) maken deel uit van een meer omvattende fascistische ideologie die, ten onrechte, niet nader wordt omschreven.<\/p>\n<p>Tezelfdertijd geldt dat de, oneerbiedig gezegd, journalistieke aanpak van de biograaf, zijn waarde bewijst bij de intrigerende beschrijving van Musserts Indi\u00eb-reis. We zien het beeld van een echte leider die onbevreesd de, in die dagen, buitengewoon riskante luchtreis ondergaat en in Indi\u00eb massale steunbetuigingen in ontvangst mag nemen en confereert met de hoogste koloniale autoriteiten. De triomfale ontvangst en het \u2018Hou Zee\u2019-gescandeer verwekken bij de NSB-leider een sfeer van verheven euforie \u00e9n van de groeiende overtuiging dat de beweging erin kan slagen het Nederlandse volk te bekeren tot het fascistische gedachtegoed. Deze, naar zal blijken, volkomen misplaatste overtuiging stoelt mede op de verbluffende zege van de NSB bij de Provinciale Statenverkiezingen van april 1935, waar de beweging bijna 8% van de stemmen weet te behalen. Deze onmogelijk geachte doorbreking van het vigerende zuilenstelsel, verleidt de NSB-leider tot wilde verwachtingen omtrent de parlementsverkiezingen van 1937. De NSB wordt tot haar bittere teleurstelling dan evenwel vrijwel gehalveerd tot ruim 4% van de stemmen, wat bij Mussert tot de overtuiging leidt dat de NSB op eigen kracht nooit het beloofde land van een mono-etnische, harmonieuze en van marxistische en liberale smetten bevrijde volksgemeenschap zal kunnen realiseren.<\/p>\n<p>Er is, gezien de hierboven vermelde ontwikkeling, veel te zeggen voor de mening van Auke Kok dat Musserts Indi\u00eb-reis een proces van radicalisering van de NSB inzet. Dit valt onder meer te constateren ten aanzien van het zogenaamde rassenstandpunt van de NSB. Nog ten tijde van zijn Indi\u00eb-reis verwerpt Mussert zeer nadrukkelijk een xenofobisch standpunt, zij het dat Joden dan al een afwijkende categorie uitmaken. Indo\u2019s, personen van gemengd Nederlands-Indische herkomst, zijn van harte welkom bij de NSB en een Jood is gelijkwaardig aan een niet-Jood \u201cals hij zich als goed staatsburger gedraagt\u201d (p. 31). Einde 1935 echter bekent de NSB zich al, volgens het eerder reeds vermelde NSB-Gedenkboek, tot \u201chet rassenstandpunt\u201d met een \u201conophoudelijke waarschuwing van het Nederlandsche Volk tegen joodsche overheersching en indringing\u201d. Dit anti-Joodse standpunt wordt vervolgens in 1938 verder verscherpt door \u201caan de van jodenliefde zwijmelende democraten in Nederland\u201d de definitieve oplossing van het zogenaamde \u2018jodenvraagstuk\u2019 voor te leggen. Hierbij zouden alle Nederlandse joden moeten worden \u2018overgebracht\u2019 naar de drie Guayana\u2019s\u2014Brits-Guyana, Frans-Guyana en Nederlands-Guyana, d.w.z. Suriname\u2014waarbij de huidige bewoners in reservaten moeten worden gedwongen (<em>Voor Volk en Vaderland<\/em>, p. 251 en Auke Kok, p. 222). Het eindpunt van dit radicaliseringsproces vormt het verbod van de NSB uit oktober 1938 voor Joden om lid te kunnen worden van de beweging. Vanaf dat moment volgen Mussert en zijn NSB een ongeremde antisemitische koers, waarbij Joodse vluchtelingen uit Duitsland en de zogenaamde \u2018Joodse geest\u2019 onder vuur worden genomen. De tienduizenden Joden die Colijn heeft \u2018binnengehaald\u2019 en de zogenaamde \u2018pindachinezen\u2019 zullen uit Nederland worden gegooid als deel van de algehele \u201cschoonmaak van ons volk\u201d (p. 228). In december 1940 worden tenslotte de weinige nog resterende Joodse leden uit de NSB verwijderd, met uitzondering van diegenen met \u00e9\u00e9n of twee Joodse grootouders, zoals bijvoorbeeld de beruchte radiospreker Max Blokzijl.<\/p>\n<p>Het beklemtonen van het belang van \u2018volk\u2019 en \u2018stam\u2019 &#8211; waarbij Joden, Chinezen en andere \u2018volksvreemde\u2019 elementen buiten de \u2018volksgemeenschap\u2019 worden gestoten &#8211; gaat bij Mussert hand in hand met een toenemend begrip voor Nazi-Duitsland en zijn leider Adolf Hitler. En naarmate de oorlogsdreiging naderbij komt wordt de vraag daarmee steeds actueler hoe de beweging zich zal moeten verhouden tot een eventuele Duitse bezettingsmacht. Dit cruciale vraagstuk komt bij Auke Kok evenwel pas veel later in zijn biografie aan de orde. De hoogst merkwaardige en gewrongen compositie dwingt hem het verslag van de Indi\u00eb-reis te vervolgen met de normale opzet van een biografie, dat wil zeggen te beginnen met Musserts geboorte waarna, noodgedwongen, eerst in hoofdstuk tien de Indi\u00eb-reis, ten tweeden male de revue passeert.<\/p>\n<p><strong>Jeugd te Werkendam<\/strong><br \/>\nAnton Mussert wordt geboren in het plaatsje Werkendam, dat een protestantse enclave vormt temidden van een dominante katholieke omgeving. De plaats wordt ten tijde van de opgroeiende Anton beheerst door de strijd tussen de katholieke en oprukkende protestantse zuil, welke laatste uiteindelijk de openbare school van vader Mussert, die er hoofdonderwijzer is, zal overweldigen. Dit proces moet een grote invloed hebben gehad op \u2018Atje\u2019 later ook wel \u2018Boy\u2019, \u2018Boems\u2019 of \u2018Boemie\u2019, die de verzuiling is \u201cgaan haten als bron van maatschappelijke verdeeldheid\u201d (p. 56). Ook absorbeert hij er nationale deugden die via onderwijs en opvoeding met de paplepel worden bijgebracht. Werkendam is ook een plaats waar de wirwar van haventjes, dijken, dammen, vaarten, sluizen en gemalen \u201ceen practicum waterbouwkunde\u2019\u2019 betekent en Anton als het ware voorbestemt voor een toekomst als succesvol waterbouwkundig ingenieur (p. 48-9). Hoewel een middelmatig leerling op lagere en middelbare school\u2014met als zwakste vak de schone Duitse taal (!)\u2014weet hij in mei 1914 te slagen voor de propedeuse aan de Technische Hogeschool Delft (p. 61), om tenslotte in juli 1918 cum laude te slagen voor het examen Weg- en Waterbouwkunde (p. 81). Van groot belang bij deze studie blijkt zijn radicale nationalisme, dat gestimuleerd wordt door de colleges staatsrecht van hoogleraar Jan Hendrik Valckenier Kips. Deze fascistisch angehauchte docent draagt de idee uit van de samenleving als een organisme, waarbij een sterk staatsgezag de nationale verscheurdheid van kiesrecht en partijenstelsel alsmede van de verzuiling zal moeten opheffen.<\/p>\n<p>Ondanks diens al vroeg al gevestigde radicaal-nationale idee\u00ebn zou Mussert ongetwijfeld een buitengewoon bekwaam en gevierd ingenieur zijn gebleken \u00e9n gebleven, ware hij niet gestuit op het zogenaamde \u2018Belgisch Verdrag\u2019. In april 1925 neemt hij kennis van dit verdrag, dat de positie van de haven van Antwerpen moet verbeteren door op Nederlandse kosten een kanaal aan te leggen dwars door Noord-Brabant van de Schelde naar het Hollands Diep. Mussert ziet dit Verdrag, dat Antwerpen bevoordeelt ten koste van de haven van Rotterdam, als in flagrante strijd met de Hollandse nationale belangen en start een militante campagne, die hem naast nationale bekendheid ook doet belanden in de nationale politiek (p. 96-99). Hij komt in contact met radicaal-rechtse nationalisten, wordt aanvoerder van een nationaal actiecomit\u00e9 tegen het Verdrag, waarna de Eerste Kamer het in maart 1927 met een ruime meerderheid verwerpt. Voor Mussert betekent deze jaren durende actie nationale bekendheid, maar bovenal een involvering in de nationale politiek die tenslotte tot het voornemen leidt een nieuwe fascistische partij op te richten. In de loop van 1931 schrijft Mussert een partijprogramma, dat deels gebaseerd is op de Duitse NSDAP, maar volgens Auke Kok toch het meest doet denken aan het fascisme van Mussolini. Vervolgens wordt dan op 14 december 1931 in Utrecht door een twaalftal mannen de <em>Nationaal-Socialistische Beweging<\/em> opgericht, die van Mussert niet \u2018fascistisch\u2019 heeft mogen heten vanwege de besmeuring van deze naam door de vele eerdere beweginkjes met deze naam.<\/p>\n<p><strong>Autonoom of Duits?<\/strong><br \/>\nOpvallend aan het program van de NSB is het ontbreken van antisemitische connotaties en de formulering van eisen als het schrappen van verkiezingen; het verbod op stakingen en het voornemen tot het oprichten van samenwerkingsverbanden van werkgevers en werknemers. Auke Kok ziet, kennelijk verwijzend naar een aantal sociale verlangens van de beweging, deze programpunten als \u201ceen mengeling van nationalisme en socialisme\u201d. Ook elders in de biografie wordt onbekommerd gesproken van het \u2018socialisme\u2019 van de NSB, terwijl de beweging toch nadrukkelijk \u201ceerbiediging van particulier bezit\u2019\u2019 verlangt en \u201calle organen van partijstrijd en klassenstrijd\u201d wenst te vernietigen (p. 134, 187). In het eerder al vermelde Gedenkboek van de NSB heet het over het \u2018socialisme\u2019 van de beweging, dat het \u201cde geborgenheid van ieder in zijn eigen volk\u201d inhoudt, waarbij onder \u2018volk\u2019 een mono-etnische eenheid valt te verstaan, met solidaire samenwerking van werkgevers en werknemers (<em>Voor Volk en Vaderland<\/em>, p. 65-73). In meer platonische termen drukt het program op zijn best een verlangen uit naar een soort \u2018sociaal\u2019 kapitalisme, dat niets van doen heeft met wat in de linkse arbeidersbeweging onder \u2018socialisme\u2019 placht te worden verstaan. Hier wreekt zich de poverheid van de Inleiding van de biografie waar meer theoretische en ideologische kwesties volstrekt worden genegeerd.<br \/>\nWe zagen al dat de NSB zich na de smadelijke verkiezingsnederlaag van 1937 realiseert, dat de partij op eigen kracht nooit de staatsmacht zal kunnen grijpen. Dit doet de ori\u00ebntatie op het in veel opzichten ideologisch verwante Nazi-Duitsland postvatten. Naast het bestempelen van Joden als een volksvreemde groep en de oproep \u201cstammen en vreemde rassen [\u2026] buiten de poort\u201d te houden (p. 187), uit het zich in het goedpraten van letterlijk alles wat Hitler doet, inclusief diens agressieve annexatiepolitiek. Rond deze periode raakt Mussert ervan overtuigd, dat een wereldoorlog onvermijdelijk is en dat Duitsland de macht over Europa zal veroveren. Hoewel Mussert zich solidair verklaart met Hitler, blijft hij in die zin het supra-nationalisme van de NSB trouw door te proclameren dat de NSB nooit zal accepteren dat Nederland een vazalstaat van Duitsland zal worden. Zijn hoop is erop gevestigd, dat hij leider kan worden van een \u201c\u2018vrij\u2019 Nederland onder Duitse suprematie\u201d, waarbij ons land een (vergaande) autonomie zal kunnen behouden (p. 226). En het is ook dit spanningsveld tussen Musserts feitelijke samenwerking met de Duitse bezetter enerzijds, en zijn hardnekkige streven Nederland van een zo groot mogelijke autonomie te verzekeren anderzijds dat het eigenlijke hart uitmaakt van de biografie.<\/p>\n<p>Natuurlijk negeert Auke Kok bij zijn weergave van Musserts handelwijze de vergaande implicaties van diens samenwerking met de bezetter niet, zoals het negeren of zelfs goedpraten van de executie van verzetsmensen of het grotendeels negeren van de jodenvervolging. Toch houdt de weergave van Musserts consequente pogen Nederland, zij het onder Duitse hegemonie, een zo groot mogelijke autonomie te verschaffen wel degelijk een verzachting in van wat zich voordoet als simpele collaboratie met de vijand. Zo verzet Mussert zich tegen die leden van de NSB, zoals Meinoud Rost van Tonningen of de leider van de Nederlandse SS, Henk Feldmeijer, die annexatie van ons land door Nazi-Duitsland voorstaan. Mussert betitelt dit als het feitelijk einde van Nederland en stelt dat\u00a0 hij dit niet kan en mag toestaan (p. 277). Onderwerpt hij zich publiekelijk aan Hitler en de Nazi-overheersing, achter de schermen verzet hij zich met grote volharding tegen alle pogingen Nederland tot een Duits protectoraat te verlagen. Ook zijn (vier) bezoeken aan Hitler zijn geconcentreerd op een, overigens illusoire, wens via de Nazi-leider een min of meer autonoom Nederland te vestigen met daarbij hemzelf, Mussert, als nieuwe leider van wat een herboren Nederland zou moeten worden. Ook publiekelijk uit hij zich in deze zin door in 1941 in een rede te ontkennen dat Hitler \u201chet Nederlandse volk zou willen koeioneren en knechten of kapotmaken.\u201d Auke Kok merkt bij deze zinsnede op dat Mussert nadrukkelijk ontkent, dat \u201cde Duitsers hier volledig de baas zijn\u201d en te kennen geeft dat het aan hem, Mussert, \u201cte danken [is] dat Nederland nog Nederlands is\u201d (p. 315). Na de operatie Barbarossa, de aanval op de Sovjet-Unie van 22 juni 1941, verklaart Mussert dat \u201cna de oorlog [\u2026] er van politieke overheersing geen sprake meer [zou] mogen zijn\u201d (327). Ook verbiedt hij de NSB-leden hun kinderen naar Duitssprekende scholen te sturen; constateert de Sicherheitsdienst dat Mussert de Duitsers een \u201cbezettingsmacht\u201d pleegt te noemen en weigert hij te verklaren dat Nederlanders en Duitsers straks tezamen zullen gaan vechten voor \u00e9\u00e9n Germaans Europa (p. 333-6). Biograaf Auke Kok constateert bij de talrijke voorbeelden van Musserts houding, dat bij deze alles draaide \u201com inlijving bij Duitsland te voorkomen.\u201d (p. 361).<br \/>\nOok wat betreft de houding van Mussert tegenover de vervolgde Joodse bevolking zien we, in de interpretatie van de biograaf, een zekere ambivalentie. In januari 1942 weet hij waarschijnlijk al, dat er een \u2018evacuatie\u2019 van de Joden zal plaatsvinden en in mei 1942 dat de massadeportaties gaan beginnen. Hoewel de NSB als partij niet betrokken is bij deze deportaties, participeren individuele leden enthousiast bij alle onderdelen ervan en doet Mussert of er niets aan de hand is. Als hij verneemt van het plan de Europese Joden te vernietigen na de Wannseeconferentie van januari 1942 merkt hij, zij het priv\u00e9, op dat \u201cdit [\u2026] een zware bloedschuld [is] die de Duitsers op zich laden\u201d (p. 372). Ook zet hij zich in enkele bevriende Joden voor deportatie te behoeden, waardoor zes (!!!) \u2018Mussert-joden\u2019 de oorlog weten te overleven (p. 371).<\/p>\n<p>Tot aan de bevrijding zal Mussert blijven pogen voor Nederland een zo groot mogelijke autonomie te behouden en klaagt bijvoorbeeld Heinrich Himmler over diens \u201cniederl\u00e4ndisch-dietschen Separatgedanken\u201d (p. 382). Musserts politiek leidt tot hevig verzet van de Nederlandse SS van Feldmeijer, die \u201chele tirades tegen Mussert-aanhangers en hun anti-Duitse mentaliteit\u201d lanceert (p. 386-7). Mussert reageert in juni 1943 publiekelijk door die Duitsers te hekelen, die maar niet begrijpen wat \u2018lotsverbondenheid\u2019 betekent en door te verklaren, dat hij \u201cde moeilijkheden van ons volk kent \u00e9n dat hij ze deelt\u201d (p. 388). In juli van hetzelfde jaar betoont Mussert zich begaan met de zorgen van de Nederlandse bevolking door aan Seyss-Inquart een aantal, voornamelijk sociale, eisen voor te leggen (p. 394). Zijn houding alarmeert de Duitse bezettingsautoriteiten, die hun afschuw uitdrukken over Musserts opvattingen en die SS-leider Henk Feldmeijer f\u00eateren als een hoogblonde geestverwant (p. 397, 400). Wanneer in november 1944 de geallieerden oprukken, schrijft Mussert aan Hitler een nota, waarin hij verklaart dat \u201cde bezetter [beter] kan [\u2026] ophouden met Nederland \u2018te knechten, te ontrechten en uit te buiten\u2019\u201d (p. 408). Kort voor de bevrijding zegt hij mentaal afstand te hebben genomen van de Duitsers, waarin hij bitter is teleurgesteld en waarop hij \u201cweer eens\u201d scheldt (p. 414).<\/p>\n<p><strong>Familieman Mussert<\/strong><br \/>\nNatuurlijk besteedt Auke Kok ook aandacht aan persoonlijke kenmerken van de NSB-leider. We zagen al dat deze van kinds af aan in Werkendam nationale deugden omhelst en een grondige afkeer ontwikkelt van het verzuilde politiek-sociale systeem als bron van maatschappelijke verscheurdheid. Deze door nationale deugden gekenmerkte jeugd heeft ongetwijfeld in hoge mate bijgedragen aan Musserts latere ultra-nationalisme en fascisme. Veel aandacht besteedt de biograaf daarnaast aan Musserts relatie en uiteindelijk huwelijk met de achttien jaar oudere halfzuster Rie van zijn moeder Maria. Het huwelijk lijkt gebaseerd op heuse liefde tot het moment, dat Rie getroffen wordt door borstkanker en sowieso veel van haar (kennelijke) aantrekkelijkheden heeft verloren. Mussert begint dan in 1942 een liefdesrelatie met de achttienjarige, en 29 jaar jongere, dochter Marietje Mijnlieff (!) van zijn lievelingsnicht Helena. In geuren en kleuren passeren de liefdesmanoeuvres van de middelbare Casanova met zijn piepjonge verovering de revue. Wat dit bijdraagt aan onze kennis van de NSB-leider blijft duister, behoudens dat deze even menselijk blijkt als vele andere landgenoten.<br \/>\nOok de relatie van Mussert met de van origine Pools-Joodse kunsthistorica Jadwiga Vuijk (Rosenblatt) en de langdurige vriendschap met de Joodse Paul Josephus Jitta houden in wezen niet veel meer in dan een breed uitgemeten pikanterie omdat Mussert, behoudens enige kritische priv\u00e9-opmerkingen, de deportatie van de Joodse bevolking van ons land stilzwijgend laat gebeuren en het niet verder brengt dan de verzuchting dat de Joden gered zouden zijn hadden ze zijn Guyana-plan maar geaccepteerd! (p. 368).<br \/>\nRelevanter lijkt de aandacht in een afzonderlijk hoofdstuk aan Mussert als \u201ceen echte familieman\u201d (p. 344-365). Dit omdat deze familie in hoge mate bevangen blijkt door het fascistische gedachtegoed. Zo zien drie neven van Anton Mussert \u201chet rode gevaar\u201d als zo bedreigend, dat ze zich als vrijwilliger melden in de strijd tegen het bolsjewisme. De overige leden van de familie omhelzen vrijwel allen de \u2018idealen\u2019 van de beweging, met de jongere telgen als lid van de <em>Jeugdstorm. <\/em>Anton Mussert wordt door deze familie bewonderd als een sublieme leider en zijn portret siert menige huiskamer, zelfs nog na afloop van de oorlog.<\/p>\n<p>Kort na de bevrijding, op 7 mei 1945, wordt Mussert gearresteerd en in november van dat jaar voor het Bijzonder Gerechtshof gedaagd. Tot eer van de NSB-leider moet\u00a0 worden vermeld dat, wanneer hij in zijn cel verneemt van de mishandeling van de \u2018kameraadskes\u2019, de vrouwelijke leden van de NSB, in de inderhaast ingestelde detentiekampen, hij in een rede voor de <em>Bijzondere Raad van Cassatie<\/em> van 20 februari 1946 deze misdaden in de meest scherpe bewoordingen veroordeelt. Mussert beseft op dat moment overigens niet de volle omvang van deze gitzwarte bladzijde uit onze rechtsgeschiedenis, die door Jan Meyers in diens Mussert-biografie uit 2005 op indringende wijze aan de kaak wordt gesteld (Meyers, p. 295-304). Auke Kok negeert deze periode vrijwel. Het blijkt, dat velen van de rond 150.000 van collaboratie met de bezetter verdachte personen, ondergebracht in 130 kampen, op de meest schandalige en rechteloze wijze worden mishandeld. Zich vrijwel beperkend tot het lot van de 23.000 gedetineerde vrouwen, constateert Meyers, dat deze worden onderworpen aan (groeps-)verkrachtingen en andere seksuele misdaden en vernederingen of dat ze wegens uithongering tot prostitutie worden gedwongen, waardoor menige bewaker een rijk seksueel leven kan leiden. Uit andere studies, onder meer van de journalist Koos Groen, blijkt dat vele honderden gedetineerden, vermoedelijk voornamelijk mannen, de dood vinden door mishandeling, uithongering, ziekte en verwaarlozing. Zich mede baserend op de extrapolatie van een interne Justitie-rapportage schat hij hun aantal op 1000 tot 1500. De schuldige bewakers zijn vrijwel nooit vervolgd en de rapporten over deze schanddaden zijn zonder merkbaar gevolg in de doofpot verdwenen.<br \/>\nVanzelfsprekend wordt Mussert tijdens zijn proces verweten in tijd van oorlog de vijand op meerdere manieren hulp te hebben verleend. Hij verweert zich in een drie uur durend betoog met als kern, dat hij en zijn NSB \u201cde bovengrondse verzetsbeweging tegen Himmler\u201d vertegenwoordigden (p. 433). Terecht is biograaf Auke Kok uiterst kritisch over het proces, waarin emoties een overheersende rol spelen en tegenstrijdigheden in de aanklacht onderbelicht blijven (p. 436). De kern is evenwel, dat in deze hectische periode \u201cbij elk ander vonnis dan de doodstraf [\u2026] het land te klein [zou] zijn\u201d. Openbaar aanklager Mr. R. Zaaijer verklaart bijvoorbeeld publiekelijk: \u201cWelke straf Mussert verdient, dat weet men zonder proces \u00f3\u00f3k al\u201d (p. 435). Musserts gratieverzoek wordt tenslotte afgewezen, waarna hij op dinsdag 7 mei 1946 door een vuurpeloton van twaalf man wordt ge\u00ebxecuteerd. Mussert loopt die ochtend ferm en \u201conbevreesd, vertrouwend op Gods genade\u201d naar de witte executiepaal, weigert de blinddoek en staat er vastgebonden, met \u201cergens rechts van hem de Noordzee, de zoute wind die met zijn haren speelt\u201d, waarna het salvo weerklinkt en hij ineenzakt en stervend met het hoofd het zand raakt (444).<\/p>\n<p><strong>Oordeel over Mussert<\/strong><br \/>\nHet is overduidelijk dat Auke Kok in de hier besproken studie Anton Mussert niet vrijpleit van samenwerking met de Duitse bezettingsautoriteiten en diens rol als zodanig negatief beoordeelt, dat hij kan spreken van Musserts \u2018reis naar het kwaad\u2019. Zeer in het bijzonder treft de NSB-leider het verwijt de deportatie van de Nederlandse Joden te hebben genegeerd of op zijn best te hebben betreurd. Daarnaast heeft hij zich publiekelijk vergaand ge\u00efnvolveerd in de ceremonie\u00ebn, proclamaties en op onderdrukking van de Nederlandse bevolking gerichte activiteiten van de bezetter; heeft de vervolging van verzetsstrijders nooit gekritiseerd en heeft publieke steun verleend aan de agressieoorlog van Hitler-Duitsland tegen de Sovjet-Unie.<br \/>\nTezelfdertijd geldt dat dit publieke optreden van Mussert in de interpretatie van de biograaf voor het overgrote deel slechts de uiterlijke verschijningsvorm is en dat de kern wordt uitgemaakt door het feitelijke verzet van de NSB-leider tegen zowel de SS-vleugel in eigen partij als die delen van de bezettingsmacht welke niets willen weten van een vergaande autonomie voor ons land na de oorlog. Hoewel Auke Kok dit niet als zodanig poneert, impliceert zijn analyse wel degelijk dat het zeer de vraag is of Musserts streven naar een soort Nederlands-Duitse statenbond, met een vergaande zelfstandigheid voor ons land, volgens de toenmalige rechtsregels wel als landverraad te typeren valt. Met vanzelfsprekend als consequentie, dat het de vraag is of het doodvonnis over Mussert wel terecht is geweest en dit vooral ook omdat tijdens de rechtszaak deze kant van Musserts streven in geen enkel opzicht is gehonoreerd.<\/p>\n<p>Zoals gezegd komt de biograaf niet verder dan suggestieve beschouwingen over de vraag naar de juistheid van Musserts doodvonnis, al lijkt de twijfel aan een correcte rechtsgang te overheersen. Belangrijker nog is het verzuim van Auke Kok de hierboven vermelde \u2018beide gezichten\u2019 van Musserts politiek af te wegen om tot een eindconclusie te geraken. Er ontbreekt in wezen aan het biografische relaas een eigenlijke slotsom en de lezer blijft in het ongewisse over wat we nu eigenlijk van de NSB-leider en zijn politiek moeten vinden. En hoewel de biografie een zekere meerwaarde kent wegens de vermelding van smakelijke feiten rond Musserts amoureuze opwellingen, omtrent verdere familiale wederwaardigheden en vanwege de onderbouwing van diens streven naar een zo groot mogelijke autonomie voor ons land, voegt ze toch uiteindelijk te weinig toe aan de uitstekende biografie van Jan Meyers uit 1984 (met een aanvulling uit 2005) en de studies over de NSB van Robin te Slaa en Edwin Kleijn en resteert de prangende vraag waarom deze nieuwe biografie eigenlijk nodig was.<\/p>\n<p>Auke Kok, <em>Mussert. Reis naar het kwaad, <\/em>Amsterdam, 2026.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Henny Buiting Men zou de in december 1931 opgerichte Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) groot onrecht doen de in vele toonaarden beleefde \u2018Liefde voor Volk en Vaderland\u2019 met dedain te bejegenen. In het in mei 1941 verschenen massieve gedenkboek van de beweging heet het dat \u201ceen historische band [\u2026] Volk en bodem onafscheidelijk verbonden [heeft]. Voor dit [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":10,"featured_media":0,"parent":0,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_et_pb_use_builder":"","_et_pb_old_content":"","_et_gb_content_width":""},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/54471"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/10"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=54471"}],"version-history":[{"count":6,"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/54471\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":54480,"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/54471\/revisions\/54480"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.onvoltooidverleden.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=54471"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}