+31203417896 buschges@bart.nl

Kop uit Nieuwsblad voor Sumatra, 23 september 1957

Herman Gorter en zijn Bussumse vrienden

Toen Gorter zeer actief was voor de SDAP, was hij samen met de partij-oprichter Henri van Kol van 1904 tot en met de lente van 1907 propagandist te Twente. Henri was voor het district Twente gekozen in het parlement. Gorter schreef wekelijks een hoofdartikel in De Nieuwe Tijd. Volksblad voor Twente en omstreken over belangrijke socialistische zaken van de week. Eind november 1905 schreef hij zijn hoofdartikel over de ethische koloniale politiek en roemde daar Van Kols voorstellen tegenover die van Coen van Deventer. Van Deventer, de bedenker van de term ‘Een eereschuld aan Indië’ was in 1905 kamerlid geworden voor de links liberalen. Gorter roemde Van Kol: “Van Kol gaat den juisten weg. Hij doet goede voorstellen, die verbeteringen kunnen brengen wezenlijk.”

Van Kol en Gorter zijn na 1907 politiek ver uit elkaar geraakt. Zij verschilden ook in hun contacten met partijgenoten en buitenstaanders. Van Kol sprak met iedereen in zijn socialistische, koloniale, liberale, parlementaire en ministeriële netwerken in binnen- en buitenland. Gorter beperkte zich in zijn persoonlijke gesprekken tot enkele burgerlijke vrienden en zijn politieke eigen kring. Van zijn politieke vrienden van na 1918, na de breuk met de Communistische Partij, weten we weinig. Gorter sprak niet over hen en ook zijn radencommunistische vrienden spraken niet over Gorter. Het ging hen immers om de zich objectief ontwikkelende klassenstrijd.

De Bussumse journalist Simon G. Zwart, later voorlichter van de gemeente Bussum, was er in geslaagd de radencommunistische vrienden aan het spreken te krijgen naar aanleiding van Gorters overlijden dertig jaar eerder. Het was dus in 1957, dat in Het Nieuwsblad voor Sumatra van 23 september 1957 het verslag van een gesprek of gesprekken afgedrukt werd. Gorters vrienden traden anoniem voor het voetlicht. Zwart beschreef hen als ‘Vrienden van Bussum’, ‘trouwe Bussumse vrienden’ of kortweg ‘getrouwen’. Verlegenheidstermen, want de getrouwen waren radencommunisten. We kennen vanuit andere bronnen de naam van twee van hen: vader Piet en zoon Jaap Coerman.

Hoewel anoniem hebben de getrouwe vrienden wel wat te melden. Bijvoorbeeld dat Gorter zich nog opwond (‘de aderen zwollen op Herman Gorters voorhoofd’) bij het verhaal dat zijn moeder ter ondersteuning fl. 200,= ontving als voorschot. Alles moest terugbetaald worden. Zijn persoon ademde sport: zeilen, schaatsen, tennissen, voetballen, cricket en gewoon verschrikkelijk hard lopen. Sport was veel voor hem maar ook sportiviteit.  Gorter was vóór alles sportief in de hoogste zin van het woord: “Zijn vrienden wijzen op een herdenkingsartikel van Henri van Booven, geschreven direct na Gorters overlijden. In dat herdenkingsartikel beschreef Van Booven Gorter als de man van de sport.” Onsportiviteit was volgens de vrienden voor Gorter het ergste dat er bestond. Met name Troelstra zondigde tegen dit gebod. Tijdens een debat in Amsterdam sprak Gorter de vergadering toe: “Rechts van hem lagen Troelstra’s papieren. Op een gegeven ogenblik legde Gorter zijn hand op die papieren. Troelstra reageerde onmiddellijk. Hij trok het stapeltje naar zich toe en maakte een beweging alsof hij het papier wilde schoonvegen. (…) Gorter heeft dit incident nooit vergeten.”

Gorters vrienden wilden weinig weten van negatieve kenmerken van hun held, maar wellicht wisten zij niets van het dubbelspel in de liefde van Gorter tegenover Ada Prins. Immers: Gorter hield zijn netwerken gescheiden. Wie wel de toorn van de vrienden te verduren kreeg was Henriette Roland Holst. Zij had Gorter getypeerd als dogmaticus. Nou daar waren ze na dertig jaar nog verontwaardigd over: “Zeker, hij stelde de dingen scherp, maar hij heeft wel degelijk zijn mening herzien. (…) Na de spoorwegstaking van 1903 hadden de Sociaal-Democraten het bij de Vrije Socialisten geweldig verbruid. Ze behoefden niet op vergaderingen te verschijnen. Alleen Gorter werd toegelaten en aangehoord.” Als voorbeeld van herziening van standpunt of Gorter anti-dogmaticus is, is dat niet al te sterk. Wat wel sterk is, is het voorbeeld van afstoting. De vrouw van de burgemeester van Bergen wilde graag een kunstenaarscentrum in Bergen. Zij toog naar het duinhuisje in ‘de Verbrande Pan’. Gorter voelde er weinig voor: “Toen de echtgenote van de burgemeester eens over dit onderwerp kwam praten liet hij haar binnen en ging zelf wandelen.”

Bij Gorter verwacht je niet zo snel een kwinkslag. Op een partijvergadering was de discussie over een kandidaat voor de verkiezingen in een impasse geraakt. “Toen zei Gorter: ‘Ik ben eens bij een voetbalwedstrijd geweest, waar de bal zoek was. Iedereen ging zoeken, maar iemand uit het publiek riep: doortrappen, jongens!” Of er toen een geschikte kandidaat benoemd werd, vertellen de geschiedenis en ook de vrienden niet. Wat wel bekend is, is dat Gorter kinderen deed lachen met humoristische verhalen die eindigden op een plaatsnaam, die zij moesten raden: ‘en hij zei tegen die neger: wat is jouw bol ………….’ en ‘twee mensen lopen naar een huis toe. Eén van hen zegt: mijn veter is los, bel …..’. Deze twee laatste zinnen met plaatsnamen Bolsward en Belfast waren herinneringen van Anna en Ton Pannekoek.

De Bussumse vrienden deden ook iets terug voor Gorter. Zij bezorgden hem een enorme verrassing “toen zij een aantal gedichten van Gorter zongen. De muziek was geschreven door Jan Fekkes. Gorter was verrukt toen hij de liederen hoorde.” Zestig jaar later in februari 2019 is een van deze liederen, namelijk ‘In de Zwarte Nacht’ opnieuw uitgevoerd door sopraan Marleen van Os en pianist Daan van de Velde. Een emotionele gebeurtenis.