+31203417896 buschges@bart.nl

Afgelopen juni ontving ik een bericht dat het OVB, de Onafhankelijke vakbeweging, oorspronkelijk Onafhankelijk Verbond van Bedrijfsorganisaties zijn activiteiten staakte. Behalve ineens ongeorganiseerd heb ik veel genoegen beleefd aan mijn tijd bij het OVB. De meest opmerkelijke was begin jaren tachtig, toen hetzelfde affiche in twee versies op de markt kwam. We verhuisden van de Spuistraat 82 naar het Binnengastterein. We zetten daar een spreekuur op (ik geloof niet dat we ooit een bezoeker hebben waargenomen) en een van de leden ontwierp een affiche, dat bedoeld was om in Amsterdam te verspreiden. Anarchiste Irene Janze was de ontwerpster. ‘Moet dat nou?’ zei ik toen ik bij haar thuis het ontwerp mocht beoordelen. Ik hintte niet op de wat gestileerde fabrieksachtergrond maar op de anarchistische A met het rondje er om heen. Ja, dat moest! En zo bleef het ontwerp. Toen we een affiche inlijstte als cadeau voor het vijf-en-dertig bestaan van het OVB vonden de Rotterdammers het prachtig, maar toen we de brochure ’35 Jaar OVB 1948-1983′ aanschouwden, althans de achterkant bleek dat zij de ‘anarchistische'(het rondje dus) A weggepoetst hadden. Ik moest er om lachen, zo niet de andere Amsterdammers.

Dit verschil tussen anarchistische Amsterdammers en louter vakbondsgerichte Rotterdammers was een doorlopend kenmerk van het OVB. Sinds ongeveer 1976 was ik lid van de afdeling Amsterdam van het OVB. Je moest eigenlijk lid zijn van een ´bedrijfsorganisatie´, in mijn geval ´overheid´, maar die bestond toen nog niet vanwege te weinig leden. De Amsterdamse afdeling stond onder leiding van secretaris Roel Kop en voorzitter Henk Hulsebos (1904-1982). Beiden waren bouwvakkers en dus lid van het OVB Bouwvak. De Amsterdamse groep OVB-ers was niet groot, maar het vergaderde wel elke maand in een onooglijk pand aan de Spuistraat 82. De Bouwvakleden vormden de kern van de Amsterdamse afdeling totdat een aantal anarchisten zich aansloten, van wie Frank Rutten (uitgever en antikwaar), Jacques Giele (historicus), Tom Welschen (kenner van Italiaanse sociale bewegingen), Willem Gruppen (verhuizer), Albert Ledder (onnavolgbare organisator) en Pieter Tesch (oprichter en eerste directeur van het Mauritanian British Business Council) de bekendste waren.

Na de Tweede Wereldoorlog was de Eenheidsvakbeweging (en later centrale: EVC) een groot succes. De naam geeft aan dat de idee was om alle arbeiders te organiseren en zo de verdeeldheid van voor de oorlog (NVV, RKWV, NAS, NSV en CNV) te vermijden. Een moedige poging, die uiteindelijk mislukte. De grootste vakcentrale het NVV werd heropgericht, er waren mislukte fusiebesprekingen met de EVC met als gevolg dat begin jaren vijftig de oude situatie van voor de oorlog hersteld was. De EVC verloor leden aan het NVV, tegelijk overheersten communisten de organisatie. In Rotterdam schorste de CPN-leiding de bestuurders van de plaatselijke EVC. Die bestuurders als Toon van de Berg, Wietse Smid, Leen van Os en Wil Dolleman werden gesteund door de leden en per 1 april 1948 was het OVB een nieuwe loot aan de vakbondsboom.
Daarna breidde het OVB zich gestaag uit. Naast een machtsfactor in de Rotterdamse haven, was het OVB sterk in de Noordzeehavens van de visserijvloot: Scheveningers, Ijmuidenaren en Katwijkers in de Bond van Zeevarenden. In de loop der tijd beschikte de organisatie vele stedelijke afdelingen over het gehele land. De kern van het OVB bestond uit ‘bedrijfsorganisaties’, een naam die overgenomen was van de EVC. De belangrijkste waren die Verkeer, Metaal, Bouwvak en (Bond van)Zeevarenden. De intrigerendste was die van ‘Handel en Geld’!  Of die veel leden hadden vertelt de geschiedschrijver niet. Ledentallen werden angstvallig geheim gehouden. De jaren zeventig waren productief, nieuwe leden en ook opname in de organisatie van kleine, vaak bedrijfsverenigingen of regionale organisaties als de AIN (Algemene Industriebond Nederland).  Nieuwe Strijd, het maandblad van het OVB doorbladerend, tref ik optimistische verslagen aan over nieuwe leden en afdelingen, taxichauffeurs en havenarbeiders te Rotterdam, stukadoors te Breda, 600 werknemers van vleesverwerkingsbedrijven te Oss, afdeling te Eindhoven en Strijen en een nieuwe groep ‘jongeren’.

De afscheiding van de EVC vanwege de overheersing van de communisten had tot gevolg dat in de statuten opgenomen werd dat OVB-bestuurders geen lid van een politieke partij mochten zijn. Dat was een logisch gevolg van de strategie van de CPN-leden in de EVC. Een herhaling van de overheersing door een partij was niet gewenst. Maar in de jaren zeventig en tachtig met nieuwe leden en het vervagen van de oude strijd ontstond er een nieuwe sfeer: pamfletten uitdelen bij manifestaties, artikelen schrijven over anarchisme en algemeen politieke kwesties en veel discussies in plaats van het concrete vakbondswerk. Vooral in Amsterdam waren we daar sterk in, in tegenstelling tot de Rotterdamse OVB-ers, alom aanwezig in de haven en betrokken bij de havenstakingen van de jaren zeventig. Het hoofdkantoor was in de Rotterdam, Mathenesserlaan 385, waar ook de belangrijkste bedrijfsorganisaties Verkeer, Metaal en Bouwvak hun kantoor hielden. De Bond van Zeevarenden huisde op Scheveningen in de Vissershavenstraat.

Een mooie dag was het feestprogramma van het 35-jarig bestaan van het OVB in het gebouw Palace. Het werd een ontspannen middag en avond, waar Peter Blanker en Armand na elkaar optraden. Blanker was geboren in Delfshaven, had enkele fraaie hits zoals  ’t Is moeilijk bescheiden te blijven. Tussen zijn liederen vertelde hij dat zijn vader langjarig OVB-lid.was geweest. Armand zong zijn bekende liederen als Een van hen ben ik. De vrolijkheid kon niet verbloemen dat het niet veel later langzaam achteruitging met de organisatie. Aan de ene kant was het vooral de Amsterdamse afdeling met anarchistische leden, die zich uitten in het maandblad De Nieuwe Strijd. Vooral Pieter Tesch en Albert Ledder schreven lange stukken met positieve aandacht voor anarcho-syndicalistische ideeën. Aan de andere kant ontwikkelde zich een sterke op Cao’s gerichte stroming, met name in de bedrijfsorganisatie Verkeer (LBV), die in de andere onderdelen van het OVB niet gesteund werd. Helder is die nadruk op cao’s verwoord door Gerrit Ijzermans van Verkeer tien jaar later in een interview in het maandblad Solidariteit en hij dreigde: “Als het zo doorgaat, zal het OVB het zonder de LBV moeten stellen.” Zelf was ik al afgehaakt toen in 1985 OVB-leden het FNV-kantoor bezetten om aandacht te vragen voor de staking van Engelse mijnwerkers. Toen ik Willem Gruppen er op aansprak dat hij als voorztter van de afdeling Amsterdam toch niet een collega vakbond kon bezetten, zei hij dat hij als anarchist de actie uitvoerde.

De middelpuntvliedende krachten hadden de overhand. De afdelingen Amsterdam en Utrecht en de bedrijfsorganisatie Overheid gingen over in de Vrije Bond. En de LBV ging na 1998 inderdaad zelfstandig verder. Beide organisaties bestaan nog steeds. De Vrije Bond heeft als doel: “Wij willen een anarchistische beweging bouwen en een revolutionaire cultuur creëren. Wij verzetten ons tegen alle vormen van uitbuiting en onderdrukking. We bieden ruimte voor discussie, kennismaking en voor activiteiten met anarchisten zoals bijvoorbeeld: leesgroepen, wandeltochten, baravonden, politiek karaoke en al het leuke dat jij kunt bedenken!” Met deze doelstelling grijpen zij onbedoeld weer terug op de situatie van rond 1890, toen de socialistische vakverenigingen volgens NAS-secretaris Christiaan Cornelissen niet meer – maar ook niet minder – dan ‘propgandaclubs’ waren. De LBV is een bloeiende organisatie met als doel: “We maken ons sterk voor de belangen voor werkenden, zelfstandigen, werkzoekenden en mensen die hun hele leven hebben gewerkt. We gebruiken onze kennis en ervaring om een omgeving te creëren waarin werknemers en werkgevers samen zorgen voor goede arbeidsvoorwaarden en (arbeids)omstandigheden.” Beide organisaties geven een kwartaalblad uit: Buiten de Orde door de Vrije Bond en Visie door de LBV. De naam LBV is gebleven, de uitleg gemoderniseerd: ‘meer dan vakbond’.

Het OVB-blad Nieuwe Strijd had al lang het loodje gelegd. In 2005 verscheen het laatste nummer. De interne communicatie werd voortgezet in een soort Mededelingsblad, dat tot 2019 maandelijks uitkwam. In het jaar 2010 heb ik nog het OVB (ik was in 1990 weer lid geworden) ingeschakeld toen ik als ambtenaar ontslagen dreigde te worden. Met ondersteuning van medewerker Ed Schot verkreeg ik een mooie regeling, drie jaar lang 97% van mijn maandsalaris en daarna prepensioen. En nu dus ongeorganiseerd, maar dat kan niet te lang duren, vind ik. Gelukkig heb ik de keuze uit twee alternatieven!