Tekening van C. Jetses

Carl Doeke Eisma

Den alcohol hij brengt ellende

Op 1 november 2015 bestond de VARA 90 jaar. Voldoende reden om hier door middel van een serie televisieprogramma's  aandacht aan te besteden onder de titel: De strijd, de gouden eeuw van de arbeider. In verband hiermee schreef Kees Driehuis een boek met dezelfde titel. Het vierde hoofdstuk hiervan gaat over de ideale arbeider en in dit hoofdstuk wordt het overmatig drankgebruik besproken. "Drinkende arbeiders denken niet. Aanvankelijk komen socialisten vaak bijeen in kroegen. Het drankgebruik onder arbeiders neemt sterk toe. Vooral jenever is populair. Hoge barrekeningen slaan diepe gaten in het huishoudgeld. Vaders komen dronken thuis als ze hun hele weekloon hebben verzopen, vallen op z'n best meteen in slaap of slaan er zelfs op los bij het horen van protesten of klachten van vrouw en kinderen. Alcoholisme wordt daarom in brede kringen gezien als volksziekte nummer n en drankbestrijding staat hoog op de agenda, ook op die van de rode leiders, van wie de meesten geheelonthouder zijn. Vanuit verschillende gezindten en politieke richtingen verschijnen er gaandeweg steeds meer verenigingen tegen drankmisbruik, die in de praktijk goed blijken te kunnen samenwerken. De drankbestrijders kiezen de kleur blauw om zich te profileren. De blauwe beweging stelt het belang van het gezin nadrukkelijk tegenover het caf.

En dat heeft succes: vanaf 1890 is er een aanzienlijke terugloop in het drankgebruik onder de arbeiders. Rood en blauw blijken goed samen te gaan." Ik wil me hier beperken tot De Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken. En van de verhalen die in de almanak die door deze vereniging werd uitgegeven staat, zal hierbij centraal staan onder andere omdat hieruit blijkt dat zelfs in kinderboeken aandacht werd besteed aan deze problematiek.

De Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Sterken Drank

Deze vereniging werd in 1842 opgericht. [ Het gaat hier overigens niet om de eerste poging om duidelijk te maken dat overmatig drankgebruik catastrofale gevolgen kan hebben. Rond 1800 besteedde de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen hier al aandacht aan.]  Op 4 april 1844 werd deze vereniging bij koninklijk besluit goedgekeurd. Het bestuur bestond uit een drietal leden: een arts, W. Engeling, een predikant, T.C.R. Huydecoper en een bezitter van grond, J. Stuart. Aanvankelijk kwamen deze ideen uit de protestants christelijke hoek, maar rond 1900 kreeg de vereniging een sociaaldemocratische signatuur. Men was tegen het drinken van sterke drank en dit betekent dan ook dat het drinken van bier en wijn (nog) niet als een probleem werd gezien in tegenstelling tot jenever, brandewijn, likeuren en dergelijke. In 1899 werd de naam veranderd. Sterken Drank werd vervangen door Alcoholhoudende Dranken, men was kennelijk  voorstander van geheelonthouding geworden. Vanaf 1904 beschikte deze vereniging over een eigen weekblad: De Blauwe Vaan, met een oplage van rond de miljoen. [ Ik denk dat hier de jaarlijkse oplage mee bedoeld wordt.] In 1941 verscheen er een boek in verband met het honderdjarig bestaan van de vereniging met als titel: Weg en werk. Een eeuw drankbestrijding. De auteur was Dr. K.F. Proost, een wel erg toepasselijke naam! In 1962 werd de naam na een aantal fusies veranderd in: Algemene Nederlandse Drankbestrijders Organisatie.

De Almanak

De Goede Raadgever

Bovengenoemde vereniging bracht vanaf 1857 ook een almanak uit. Het woord almanak komt vermoedelijk van al Manah, dat zonnewijzer betekent. Later kreeg het de betekenis van kalender. Los van de erin geplaatste artikelen, staan er onderwerpen in als: wat en hoe de vereniging werkt, een kalender met de verjaardagen van het Koninklijk Huis, de op- en ondergang van zon en maan, en de tarieven van de posterijen en de telegrafie. Deze almanak is tot eind jaren vijftig van de vorige eeuw verschenen. In De Goede Raadgever, almanak voor 1912, staat op bladzijde 47 een verhaal geschreven door Jan Ligthart en voorzien van een tekening van Cornelis Jetses. Voordat ik dit verhaal overneem zal ik u in het kort iets over Jan en Cornelis vertellen.

Jan Ligthart (1859 - 1916)

Jan is in een arm gezin in de Jordaan in Amsterdam geboren. Een groot deel van zijn leven, van 1885 tot aan zijn dood, was hij bovenmeester van een volksschool in Den Haag. Daarnaast heeft hij, soms samen met Hindericus Scheepstra, talloze boeken en boekjes geschreven. Zowel schoolboekjes, denk maar aan Ot en Sien en Dicht bij huis, als studieboeken en ook tijdens het ontwikkelen van de leesmethode aap, noot, mies heeft hij een grote inbreng gehad. Hij was zeer sociaal voelend. Een groot deel van zijn inkomen heeft hij weggegeven, bijvoorbeeld om oud leerlingen de kans te geven een vervolgopleiding te volgen. Hij was gelovig hoewel hij met tussenpozen twijfelde aan de juistheid hiervan. Politiek gezien wilde hij geen al te duidelijk standpunt innemen. Wel nam hij deel aan diverse demonstraties, bijvoorbeeld om het vrouwenkiesrecht onder de aandacht te brengen.

Cornelis Jetses (1873 - 1955)


Ook Cornelis groeide op in een arm gezin. Al snel bleek dat hij goed kon tekenen. Hij volgde enkele opleidingen waarbij hij steun kreeg van een oom die in Duitsland woonde en nadat hij voor de uitgeverij Wolters een reclamefolder getekend had, kwam hij in aanraking met het werk van Ligthart en Scheepstra. Veel van de boekjes die zij geschreven hebben zijn door Jetses  gellustreerd. Daarnaast heeft hij schoolplaten en kinderboeken en boeken voor volwassenen van tekeningen voorzien. Hij was een gelovig mens. Zijn politieke voorkeur is mij niet bekend. Wel weet ik dat hij zijn hele leven geheelonthouder is geweest.

"De Sigaret' van C. Jetses

"En sigaretje
Willem was misselijk geweest, en leelijk ook. Hij had het vreeselijk benauwd gehad en zich daarbij ellendig gevoeld. 
"En hoe kwam dat?"vroeg de meester.
''k Had een sigaar gerookt!"
"En waarom rook je dan?"
"Dat weet ik niet."
"Vind je 't lekker?"
"Neen."
"Vind je die misselijkheid prettig?"
"O neen, heelemaal niet."
"En waarom rook je dan? Nu zie je toch, dat het slecht voor je is. Je wordt er ziek van."
Willem beloofde, dat hij niet weer rooken zou. Niet, om den meester te plezieren, maar omdat hij voor die misselijkheid een beetje bang was. Hij was er wel een uur doodziek van geweest. Bij die maagkrampen was het koude zweet hem uitgebroken. Daar moest hij niets meer van hebben. Hij zou niet meer rooken.
Toch een paar weken later, zag de meester hem op straat met een sigaret in den mond.
"Maar Willem!"
"Ja meester, 'k had een cent gekregen."
"En je zou niet meer rooken?" 
"O, 't is maar een sigaretje."
"Dat doet er niet toe. Een sigaretje is misschien nog slechter voor je dan een sigaar. Maar je had mij gezegd, dat je niet meer rooken zou."
"Ja meester, maar als je dan een winkel voorbij komt, en je ziet ze daar zoo lekker liggen, dan loop je er vanzelf in.
" En dan rook je."
Willem kreeg een kleur. Niet van dat sigaretje. Niet om het rooken op zichzelf. Niet omdat hij een gebod had overtreden, want niemand had het hem verboden, zijn vader niet, zijn moeder niet, en meester ook niet. Die had het hem alleen afgeraden. Maar omdat hij wel voelde, dat hij tegenover zich zelf zwak en oneerlijk was geweest. Hij had zich ernstig voorgenomen niet meer te rooken, uit eigen beweging had hij het beloofd, en hij had het toch gedaan. Hij schaamde zich voor zichzelf.
"Nu jongen, jij moet het weten."En meester ging weg. 
Willem liep ook door. Een poos hield hij het sigaretje nog in de rechterhand, die slap langs zijn lijf hing. Zou hij het laten vallen? Tusschen zijn vingers laten uitglijden, zonder dat hij 't zelf haast merkte? Of zou hij 't kordaat wegsmijten, met n besliste beweging? Hij slenterde besluiteloos verder. Toen bracht hij 't sigaretje weer naar den mond. 't Was toch maar dat eene sigaretje. En zijn kleur verdween.
Thuis ging hij aanstonds zitten lezen in zijn bibliotheekboek. Een prachtig boek. Paljas. Maar ook een vreeselijk boek. Willem moest er telkens bij huilen. 't Was van een jongen, die ellendig was geworden door het jeneverdrinken van zijn vader. En eigenlijk was het geheele gezin ellendig geworden. Moeder en de andere kinderen ook. Als Vader nuchter was, was hij zoo kwaad niet. Maar als hij dronken was, sloeg en trapte hij ze. En eten kwam er haast niet in huis. Alles, alles ging aan den drank.


Tekening C. Jetses

Willem was diep onder den indruk van dit aangrijpende verhaal, en hij nam zich heilig voor, nooit, nooit een druppel te drinken. Toen hij den volgenden morgen het boek aan den meester terugbracht, zei hij dat ook tegen den meester, geheel uit eigen beweging.
"Dat kan ik best begrijpen," zei de meester. Ik kan dat boek ook nooit zonder tranen lezen. Die arme Paljas! Maar toch ook: die arme Vader! Diep in zijn hart was die man toch zoo slecht niet. De drank had hem zoo gemaakt."
"Maar hij hfde toch niet te drinken, "zei Willem verontwaardigd.
 "Wat zeg je? Hoefde niet? Hij mst. Hij kn niet anders. Hij was de slaaf van de jenever."
"Maar als hij nu eens niet de kroeg inging?"
"Daar had hij de kracht niet meer voor. Dat had hij de eerste keeren moeten probeeren. Nu was het te laat. Nu had hij geen wil meer."
"Waarom heeft hij het dan niet de eerste keeren geprobeerd? Ik zal..."
De meester keek Willem aan.
"Wat zal jij? Ik weet van een jongen, die zou ook niet meer rooken."
"O maar, dat ne sigaretje."
"Dat ne sigaretje zal je niet ziek maken. Maar je bent voor de verleiding bezweken. Dt is het kwaad." "
Tekst; Jan Ligthart, te Den Haag.

Paljas

Dit boek is in 1901 geschreven door de Haagse onderwijzer A.C.C. de Vletter. Hij leefde van 1866 tot 1935. Paljas heet eigenlijk Jacob, maar hij heeft die bijnaam gekregen omdat hij in kroegen raar gaat dansen om zijn vader en diens kameraden te vermaken. Zelf weigert hij om sterke drank te gaan drinken in tegenstelling tot zijn vader. Het loopt dan ook slecht af met zijn vader en het gezin leeft in grote armoede. Jacob ontvlucht het gezin met hulp van de meester en een pleeggezin. In tegenstelling tot de meeste kinderboeken waarin deze problematiek behandeld wordt loopt het dus slecht af. Dit is waarschijnlijk de reden waarom dit boek zoveel indruk maakte. Een voorbeeld van een kinderboek waarin het wl goed afloopt is Okke Tannema geschreven door C. Joh. Kieviet. Ook zijn vader is aan de drank, maar met hulp van zijn zoon komt hij uit de problemen. De Vletter heeft ook nog een vervolg geschreven op Paljas, De zusjes van Paljas. (1905)

Aandacht voor deze problematiek binnen het onderwijs

Je kunt niet vroeg genoeg beginnen om aan jonge mensen duidelijk te maken dat overmatig drinken uiterst ongezond is. Dat was vroeger zo en dat is nog steeds het geval. Vandaar dat hier zelfs in kinderboeken aandacht aan werd besteed, maar dat was binnen het onderwijs zelf ook het geval. Ik las ergens dat juist binnen die beroepsgroep de drankbestrijding een vooraanstaande plaats innam. Er waren zelfs scholen waar je alleen kon komen werken als je geheelonthouder was, met als voorbeeld de Humanitaire school in Laren. De oprichter van deze school, Jacobus van Rees, richtte in 1897 de Algemeene Nederlandsche Geheelonthoudersbond op. Ook de Nederlandsche Onderwijzers Propaganda-Club (voor drankbestrijding) en de Bond van Kweekelingen  Geheel-Onthouders namen een belangrijke plaats in te midden van al die andere verenigingen. In het bestuur van deze laatste bond kom ik in 1913 de naam van Koos Vorrink tegen. Hij was toen 22 jaar.

Contact: carleisma@planet.nl 














Afmelden | Aanmelden